De betreffende medewerkster werd in slechts acht maanden tijd twee keer ontslagen. De rechter heeft beide ontslagen inmiddels nietig verklaard, waardoor het bedrijf verplicht is haar opnieuw aan te nemen en een flinke schadevergoeding te betalen wegens de schending van haar fundamentele rechten.
De vrouw, die sinds september 2023 een vast contract had als verkoopster in een verfwinkel in Asturië (Spanje), wist beide disciplinaire ontslagen uit 2024 succesvol aan te vechten. De totale toegekende vergoeding, inclusief achterstallig loon en schadevergoedingen, bedraagt momenteel al meer dan 25.000 euro. Dit bedrag zal nog verder oplopen zodra de loonbetalingen van het tweede ontslag definitief zijn berekend.
De chronologie van het eerste onterechte ontslag
Het conflict begon met een eerste disciplinair ontslag in april 2024. Het bedrijf beëindigde de samenwerking met de bewering dat er sprake was van een vrijwillige en voortdurende daling van haar prestaties op de werkvloer.
De zaak kwam voor bij de sociale rechtbank in Oviedo, die het ontslag in september 2024 nietig verklaarde. Uit het vonnis bleek dat er geen enkel bewijs was voor de vermeende wanprestaties. De werkelijke oorzaak van het ontslag was de weigering van de werkneemster om akkoord te gaan met eenzijdige wijzigingen in haar werkrooster en arbeidsduur.
De rechter beval haar onmiddellijke herintreding, de betaling van het achterstallige loon en een extra schadevergoeding van 5.000 euro voor de schending van haar grondrechten. In totaal kostte dit eerste ontslag het bedrijf al zo’n 14.336 euro.
Tweede ontslag na herplaatsing en tijdelijke overplaatsing
Eind september 2024 keerde de vrouw terug op de werkvloer. Echter, slechts enkele dagen later, op 4 oktober, kreeg zij te horen dat zij tijdelijk in een ander filiaal in Gijón moest gaan werken. Volgens het bedrijf was dit nodig om organisatorische redenen, waarbij haar werktijden van 08:00 tot 16:00 uur behouden bleven.
Kort daarna ontving zij een e-mail van de verkoopdirecteur. Na inventarisaties in twee filialen zouden er diverse bussen en potten verf zijn verdwenen. Omdat zij op die data verantwoordelijk was voor de winkels, werd zij direct aangewezen als schuldige. Zij kreeg vijf dagen de tijd om met een verklaring te komen.
De dag na dit bericht meldde de medewerkster zich ziek met een gegeneraliseerde angststoornis. Ook diende zij een klacht in bij de Arbeidsinspectie wegens gedrag van de werkgever dat haar professionele waardigheid zou aantasten. De inspectie bezocht het bedrijf in december, maar oordeelde in maart 2025 dat een directe aantasting van haar waardigheid niet onomstotelijk kon worden vastgesteld.
Rechtbank verklaart beide ontslagen nietig
Ondanks haar ziekteverzuim startte het bedrijf in november 2024 een nieuwe disciplinaire procedure. Halverwege december volgde het tweede disciplinaire ontslag. De werkgever beschuldigde haar van drie zaken: de diefstal van producten, het uitschelden van de manager (“schoft” en “ongelukkige”), en het telefonisch beledigen van de verkoopdirecteur.
De werkneemster vocht ook dit ontslag aan. De rechter in Oviedo oordeelde dat de feiten in de ontslagbrief totaal niet bewezen waren. Het bedrijf kon geen inventarislijsten of ander objectief bewijs overleggen waaruit de vermissing van de verf of haar betrokkenheid bleek. Ook voor de vermeende beledigingen was geen enkel bewijs.
Het vonnis keek bovendien naar de context: een eerder nietig verklaard ontslag, een recente herintreding, een klacht bij de Arbeidsinspectie en een ziekmelding. De rechter zag hierin duidelijke aanwijzingen voor een schending van de vrijwaringsgarantie, die werknemers beschermt tegen represailles na het nemen van juridische stappen tegen hun werkgever.
Impact van de uitspraak op de bescherming tegen ontslag
Omdat het bedrijf geen objectieve en redelijke rechtvaardiging kon bieden voor het ontslag, verklaarde de rechter ook deze tweede beëindiging nietig. Het Hogerechtshof van Asturië (TSJA) heeft dit vonnis inmiddels bevestigd.
De verfwinkel moet de werkneemster opnieuw aannemen onder dezelfde voorwaarden, alle misgelopen loon betalen en een extra schadevergoeding van 11.249,50 euro overmaken. Samen met de eerdere vergoedingen loopt het totaalbedrag op tot ruim boven de 25.000 euro.
Hoewel er nog een mogelijkheid is voor een laatste beroep bij het Hooggerechtshof, onderstreept deze zaak hoe belangrijk het is voor werkgevers om disciplinaire maatregelen waterdicht te onderbouwen, zeker wanneer er al sprake is van een lopend juridisch conflict met de werknemer.