Het vermeerderen van bijenvolken: de strategie achter de moderne bijenteelt

Het vermeerderen van bijenkasten is de laatste jaren uitgegroeid tot een cruciale techniek binnen de professionele bijenteelt. Het is allang geen praktijk meer die louter op de ervaring van de imker berust; tegenwoordig vormen wetenschappelijke criteria de basis. Hiermee kunnen imkers de groei van hun bijenstanden beter plannen, de gezondheid nauwkeurig controleren en de productie van hun kolonies optimaliseren.

Specialisten van het Nationaal Bijenteeltprogramma van het INTA (PROAPI) hebben een reeks aanbevelingen opgesteld om risico’s te beperken en de besluitvorming in elke fase van het proces te verbeteren. Volgens de experts maakt een geplande vermeerdering het niet alleen mogelijk om het aantal kasten uit te breiden, maar ook om de verliezen die doorgaans tijdens de winter optreden, effectief te compenseren.

Ezequiel Bertozzi, onderzoeker bij INTA Casilda, benadrukt dat deze praktijk een onmisbaar instrument is voor het behalen van de productiedoelen van elk seizoen. “Wanneer we de vermeerdering vooraf plannen en over de juiste materialen beschikken, minimaliseren we de risico’s. We weten dan namelijk precies wat de gezondheidsstatus, de genetica en de vitaliteit van de nieuwe volken is,” legt hij uit.

De specialist waarschuwt dat het enkel vertrouwen op het vangen van natuurlijke zwermen voor de groei van de bijenstand tot onvoorspelbare resultaten kan leiden. In zulke gevallen is de sanitaire status en de genetische achtergrond van de kolonies onbekend, wat de stabiliteit van het hele productiesysteem op de middellange termijn in gevaar kan brengen.

Om een succesvolle vermeerdering te realiseren, adviseren de technici om vooraf de doelen voor het komende seizoen vast te stellen. “Dat is de allereerste beslissing,” aldus Bertozzi. “Voor sommige imkers ligt de prioriteit bij een maximale honingproductie, terwijl anderen juist het aantal bijenkasten willen vergroten.” Daarnaast is het essentieel om rekening te houden met factoren zoals de beschikbare bloei, de weersomstandigheden en de kracht van de huidige volken.

Vanuit het INTA wordt onderstreept dat het succes van deze strategie valt of staat met een strakke planning en het juiste beheer van de bijenstand. “We zien de bijenstand als de centrale beheerseenheid, waardoor alle handelingen in alle kasten tegelijkertijd worden uitgevoerd,” verklaart Bertozzi.

Ten slotte benadrukte hij dat het fundamenteel is om met sterke volken te werken en methoden te kiezen die aansluiten bij de biologie van de bij. Hierbij moet de focus altijd liggen op de kwaliteit van de nieuwe kernen in plaats van de kwantiteit, om zo productieve en stabiele kolonies te garanderen.

Plaats een reactie